Biografie
Diogenes van Sinope, werd geboren in 4** voor Christus[I]. De kennis die over hem bewaard is gebleven komt in de vorm van anekdotes, zodat weinig harde feiten aangedragen kunnen worden. In het geval van Diogenes is dat misschien maar goed ook, omdat we op deze manier de man nog het voordeel van de twijfel kunnen geven. In ieder geval zijn er bepaalde hardnekkige verhalen waardoor we een beeld van hem kunnen krijgen.
Hij werd geboren als bankierszoon in Sinope en verbannen uit Sinope voor het vervalsen van munten; doch niemand schijnt te weten wanneer. Hij verving Sinope door Athene, waar hij de leerling werd van Antisthenes; op zijn beurt een leerling van Socrates (die al dood was door vergiftiging). Antisthenes moest in den beginne niets van Diogenes hebben, maar de laatste schijnt nogal een hardnekkig type te zijn geweest; zodat Antisthenes het opgaf toen bleek dat Diogenes letterlijk niet weg te slaan was. Zijn verbanning leek hem niet te deren, als men met zijn ballingschap spotte antwoordde hij dat hij daardoor filosoof is geworden, en toen ze zeiden, “Maar ze hebben je tot ballingschap gedwongen” zei hij, “En ik hen tot thuisblijven.”
Hij leefde in een ton omdat de man die hij geschreven had om hulp om onderdak te vinden in Athene niet reageerde op zijn brieven. In de zomer rolde hij door droog zand, in de winter omarmde hij besneeuwde standbeelden om zich te harden. Deugd was voor hem eenvoud en eerlijkheid; zijn leven lang ageerde hij tegen hypocrisie en schone schijn. Hij leefde zo eenvoudig mogelijk en had niets op met aanzien of status. Bekend is het verhaal dat hij in de zon lag toen Alexander de Grote hem op kwam zoeken en zichzelf introduccerde met, “Ik ben Alexander, de Grote Koning”, waarop Diogenes zei, “Ik ben Diogenes, de Hond.” Hij kwispelde tegen hen die goed voor hem waren, blafte naar hen die hem wat weigerden, en beet booswichten. Als iemand hem niet zinde, vond hij het een goed plan om dit te laten merken door op ze te spugen dan wel te urineren. Plato was voor hem een grote bron van ergernis en onzin. Toen deze de Mens omschreef als een veerloze tweevoeter en hier veel lof voor oogstte[II], plukte Diogenes een kip kaal en lief de collegezaal in met de woorden, “Dit is de Mens van Plato”. Plato pastte hierdoor zijn definitie van Mens aan met “en heeft platte brede nagels”[III].
Het huwelijk was voor Diogenes slechts de zoveelste façade waar de mens zich mee afschermt; vrouwen en kinderen dienden volgens hem gemeenschappelijk bezit te zijn. Hij vond dat er geen schaamde zat in de dingen van alledag, zodat hij alles probeerde te doen zoals een hond. Honden waren voor hem grote voorbeelden omdat ze met de dag leven en geen pretenties hebben, en omdat ze een vriend of vijand meteen herkennen. Mensen, daarentegen, zijn achterbaks, sluw, en amper in staat tot oprechtheid: het grootste goed voor Diogenes. In navolging van de hond at, poepte en masturbeerde hij op het marktplein op klaarlichte dag.[IV] Gek genoeg kreeg hij hierover commentaar, waarop hij zuchtte dat hij ook zou willen dat zijn honger zou verdwijnen door slechts over zijn buik te wrijven. Niet dat hij altijd solo de bloemetjes buiten zette, want naar het schijnt was hij charismatisch[V] genoeg om prostituees het bed in te praten zonder hiervoor te hoeven betalen.
Mensen waren volgens hem te veel bezig met de dingen die onbelangrijk zijn, waar je niets aan hebt. Musici moeten eerst hun eigen ziel in harmonie krijgen voordat ze dat bij hun instrument doen, wiskundigen eerst naar de zaken kijken die voorhanden zijn voordat ze de zon en de maan gaan bekijken, en redenaars moeten eerst leren rechtvaardigheid te beoefenen voordat ze erover gaan spreken. Hij had weinig respect voor mensen en miste iedere vorm van sociale conventie, maar bovenal miste hij iedere wens of neiging om sociaal te behagen.[VI] Toen hij een man om een aalmoes vroeg en te horen kreeg dat hij hem dan eerst zou moeten overtuigen, zei hij als de fijngevoeligheid zelf: “Als ik u had kunnen overreden, had ik u overreden om u te verhangen.”[VII]
Op weg naar Aegina werd zijn schip gekaapt door piraten, en hijzelf als slaaf verkocht aan Xeniades. Hij bracht de rest van zijn leven door in Korinthe, waar hij lesgaf aan de twee zoons van zijn meester. Hij is doodgegaan [VIII] in 323 voor Christus.
Diogenes blijft een mysterie. Was hij een trotse man die het beste maakte van zijn armoede en wiens levenstijl slechts een pragmatische manier was om om te gaan met zijn ballingschap, of was zijn gebral oprecht en was zijn ballingschap alleen maar handig voor zijn levensovertuiging?
Niemand zal het weten, en misschien is het ook niet erg belangrijk.[IX] Diogenes was in ieder geval een viezerik, een klootzak, en iemand die niet van subtiliteit hield. Hij heeft mooie dingen gezegd en zich tegelijkertijd belachelijk gedragen. Diplomatiek was hij in ieder geval niet.[X] Whatever. Diogenes HOOG![XI]
[I] 404 of 412, afhankelijk van de gebruikte bron.
[II] Logisch gezien de kwaliteit van deze omschrijving.
[III] Waardoor de omschrijving wetenschappelijk gezien waterdicht werd.
[IV] Desirée: zo bekeken lig je als Hond misschien niet helemaal in de lijn der verwachting. Een paar kleine aanpassingen in je gedrag zou wonderen doen om de gelijkenis te vervolmaken.
[V] Of: bedeeld
[VI] Dit is mogelijk al duidelijk
[VII] Dit zouden we kunnen zeggen tegen de c.f.t. feuten die willen weten waarom ze Diogenes op nummer 1 zouden moeten zetten.
[VIII] door zijn adem in te houden. Of door het eten van een rauwe octopus. Of door een vergiftigde hondenbeet. Niemand heeft een flauw idee, dus hebben ze deze belachelijke dingen bedacht. Hij had waarschijnlijk gewoon syfilis door zijn losbandigheid (zie voetnoot V).
[IX] Eigenlijk hangt heel Diogenes’ geloofwaardigheid ervan af, maar laten we de ondoordachte keuze van onze dispuutsnaam niet teveel naar voren brengen.
[X] Maar dat kan over de meeste leden van ons dispuut ook niet gezegd worden, dus dat is positief.
[XI] Voor meer optimisme zie: “Een warme wereld, een positieve kijk op ons klimaat” van Erwin Kroll.
